Naar de inhoud
Physics with Thomas

Elektrische stroom · de elektronen kruipen, je lamp is meteen aan

Duur 6:12Op YouTube

Elektrische stroom is verplaatsing van lading. Vrije elektronen in een metaal bewegen zonder bron alle kanten op, zodat er netto niets verplaatst; met een spanningsbron gaan er meer de ene kant op. De stroomsterkte is I is Q gedeeld door t, in ampère, en een ampère is een coulomb per seconde. De elektronen kruipen; wat snel gaat is de duw.

Je drukt op de schakelaar en het licht is meteen aan. Er zit meters draad tussen, dus je denkt: die elektronen razen erdoorheen. Ze doen het tegenovergestelde. In een draad aan een batterij schuiven ze ongeveer een kwart millimeter per seconde op, anderhalve centimeter in een minuut. Wat wél bijna zo snel gaat als het licht is de duw.

In deze video leer je wat lading is en wat er in een metaal beweegt. Een atoom is neutraal omdat de kernlading precies zo groot is als die van alle elektronen samen. De lading van één elektron is het kleinste stukje dat er los bestaat: de elementaire lading, 1,602 keer tien tot de min negentiende coulomb. In één coulomb zitten er ruim zes keer tien tot de achttiende van.

In een metaal zitten de atomen in een rooster en beweegt van elk atoom ongeveer één elektron vrij tussen de ionen door, alle kanten op. Zonder bron verplaatst er netto niets. Hang je er een spanningsbron aan, dan gaan er meer de ene kant op dan de andere, en dát is elektrische stroom. Hoe sterk die is zeg je met de stroomsterkte: I is Q gedeeld door t, in ampère, en een ampère is niets anders dan een coulomb per seconde.

Daarna reken je ermee. Een e-bikelader levert 2,0 ampère en je laadt drie uur: dat is 10,8 kiloseconde, dus ruim twintigduizend coulomb door één stekker. Kom je op 6,0 uit, dan heb je de uren niet omgerekend naar seconden.

En tot slot de afspraak waar iedereen over struikelt. De elektrische stroom loopt volgens afspraak van plus naar min, terwijl de elektronen van min naar plus gaan. Dat is een historisch ongelukje: de richting is vastgelegd voordat iemand wist dat elektronen bestonden. Voor het rekenwerk maakt het niets uit.

Voor 4 havo en 4 vwo, bij elektriciteit.

In deze video

  1. 0:00Bijna zo snel als het licht
  2. 0:13Lading, en het kleinste stukje ervan
  3. 1:16Wat er in een metaal beweegt
  4. 2:44De afspraak, en waarom die andersom is
  5. 3:27Hoe snel gaat een elektron nu echt
  6. 4:37Drie dingen om te onthouden
  7. 5:05Twee vragen
  8. 5:25De antwoorden
  9. 5:55Stroom, lading en de twee richtingen

De hele uitleg, uitgeschreven

Bijna zo snel als het licht

0:00Je drukt op de schakelaar en het licht is meteen aan. Er zit meters draad tussen, dus die elektronen razen door dat koper heen, bijna zo snel als het licht.

Lading, en het kleinste stukje ervan

0:14Om te begrijpen wat er door die draad gaat, moet je eerst weten wat lading is. Een atoom heeft een kern met daaromheen elektronen. De kern is positief, de elektronen zijn negatief, en in een gewoon atoom zijn die twee precies even groot. Netto lading nul: het atoom is neutraal.

0:34Lading is een grootheid met symbool Q, en de eenheid is de coulomb. En de lading van één elektron is het kleinste stukje lading dat er los bestaat. Dat noem je de elementaire lading, symbool e, en die is één komma zes nul twee keer tien tot de min negentiende coulomb.

0:55Dat is zo klein dat het lastig voor te stellen is, dus draai het om: in één coulomb zitten ruim zes keer tien tot de achttiende elektronen. Een zes met achttien nullen erachter. En omdat lading alleen in hele elektronen komt, geldt: Q is n keer e, waarbij n een geheel getal is.

Wat er in een metaal beweegt

1:17In een metaal zitten de atomen vast in een rooster, maar van elk atoom is er ongeveer één elektron dat niet meer aan zijn eigen kern gebonden is. Die noem je vrije elektronen, en die bewegen tussen de ionen door, alle kanten op, ook als er niets aan staat.

1:34Netto verplaatst er dan niets. Sluit je een spanningsbron aan, dan gaan er meer elektronen de ene kant op dan de andere. Er wordt netto lading verplaatst, en dát noem je elektrische stroom. Hoe sterk die stroom is, zeg je met de stroomsterkte.

1:52Symbool I, eenheid ampère. En die is niets anders dan lading per seconde: I is Q gedeeld door t. Neem de lader van een e-bike. Die levert twee komma nul ampère, en je laadt drie uur lang. Drie uur is tien komma acht kiloseconde. Q is dan I keer t: twee komma nul keer tien komma acht duizend, is twee komma één zes keer tien tot de vierde coulomb.

2:20Ruim twintigduizend coulomb, door één stekker. En let op de eenheid: ampère keer seconde is coulomb. Kom je op zes komma nul uit, dan heb je de uren niet omgerekend naar seconden. In de draad bewegen negatieve elektronen van de min naar de plus.

2:37Welke kant op loopt de elektrische stroom volgens afspraak?

De afspraak, en waarom die andersom is

2:45De afspraak is: de stroom loopt in de richting waarin positieve lading zou bewegen. Dus van de plus van de bron, door de kring, naar de min. De elektronen doen precies het omgekeerde. Die lopen van min naar plus. Dat is verwarrend, en het is een historisch ongelukje: de richting is afgesproken voordat iemand wist dat elektronen bestonden.

3:09Maar hij is nooit meer veranderd, want voor het rekenwerk maakt het niets uit. Alle formules kloppen gewoon. Onthoud dus twee pijlen: de elektronenstroom van min naar plus, en de elektrische stroom, die je tekent, van plus naar min.

Hoe snel gaat een elektron nu echt

3:27En dan die snelheid uit het begin. Hang een lampje aan een batterij, en de elektronen in dat draadje schuiven ongeveer een kwart millimeter per seconde op. In een minuut anderhalve centimeter. Aan het lichtnet is het nog gekker. Daar gaat de spanning vijftig keer per seconde heen en weer, dus de elektronen komen nergens: ze trillen een duizendste millimeter om hun plek.

3:53Toch is je lamp meteen aan. Denk aan een tuinslang die al vol water staat. Je draait de kraan open en er komt meteen water uit het uiteinde. Dat is niet het water dat nu de kraan uit komt, want dat staat nog aan het begin. Het is het water dat aan het eind al klaarstond.

4:14Het water beweegt wél, over de hele slang tegelijk, alleen traag. Wat er snel doorheen gaat is de duw. In de draad net zo. Die zit al vol vrije elektronen, en de duw gaat er bijna met de lichtsnelheid doorheen, dus overal beginnen ze tegelijk te bewegen.

4:33Alleen bewegen ze zelf tergend langzaam.

Drie dingen om te onthouden

4:38Drie dingen. Lading komt in hele elektronen: Q is n keer e, en e is één komma zes nul twee keer tien tot de min negentiende coulomb. Stroomsterkte is lading per seconde: I is Q gedeeld door t, in ampère. En de afgesproken stroomrichting loopt van plus naar min, terwijl de elektronen van min naar plus gaan. De elektronen kruipen; het duwtje gaat bijna zo snel als het licht.

Twee vragen

5:05Twee vragen. Eén. Door een draad loopt een halve seconde lang een stroom van vier komma nul ampère. Hoeveel lading is er dan gepasseerd? Twee. Je verlengt het snoer van je bureaulamp met vijf meter. Duurt het daarna merkbaar langer voordat de lamp aangaat?

De antwoorden

5:25De eerste: Q is I keer t, dus vier komma nul keer nul komma vijf is twee komma nul coulomb. Ampère keer seconde is coulomb, dus de eenheid klopt. De tweede: nee. De elektronen die je lamp laten branden zaten al in dat laatste stukje draad; die hoeven niet eerst van het stopcontact naar de lamp te lopen.

5:46Wat er wél over die vijf meter heen moet is de duw, en die doet er een paar honderdmiljoenste van een seconde over.

Stroom, lading en de twee richtingen

5:55Je weet nu wat er beweegt en hoe hard het gaat. Waar de energie vandaan komt die die elektronen in beweging brengt, en waarom dat in volt wordt uitgedrukt, daar staat een aparte video over op het kanaal.

Veelgestelde vragen

Hoe snel bewegen elektronen in een draad?

Veel langzamer dan je denkt. In een draadje aan een batterij schuiven ze ongeveer een kwart millimeter per seconde op, dus anderhalve centimeter in een minuut. Aan het lichtnet komen ze helemaal nergens: daar wisselt de spanning vijftig keer per seconde van richting, dus ze trillen een duizendste millimeter om hun plek heen. Toch is je lamp meteen aan, want de draad zit al vol vrije elektronen en de duw gaat er met bijna de lichtsnelheid doorheen.

Waarom loopt de stroom van plus naar min en de elektronen andersom?

Omdat de richting is afgesproken voordat iemand wist dat elektronen bestonden. De afspraak is: de stroom loopt de kant op waarin positieve lading zou bewegen, dus van de plus van de bron door de kring naar de min. De elektronen zijn negatief en doen precies het omgekeerde. Die afspraak is nooit meer veranderd omdat er voor het rekenwerk niets van afhangt: alle formules kloppen gewoon.

Hoe bereken je hoeveel lading er langs is gekomen?

Met Q is I keer t. Let op de eenheid van de tijd: die moet in seconden. Een lader van 2,0 ampère die drie uur laadt levert 2,0 keer 10,8 kiloseconde, dus 2,16 keer tien tot de vierde coulomb. Reken je met drie in plaats van met 10800, dan kom je op 6,0 uit en dat is een factor 3600 mis.

Hierna komt spanning: wat een volt eigenlijk zegt, en waarom twee batterijen met hetzelfde getal erop heel verschillend lang meegaan.

Deze video krijgt geluidssporen en ondertiteling in meer talen. Kies je taal in de speler onder het tandwiel, bij Audiospoor en bij Ondertiteling.

Physics with Thomas: natuurkunde uitgelegd met beeld waar het iets toevoegt, en zonder beeld waar het afleidt.

In deze serie

Even voorstellen

Thomas Schuurmans

Mijn naam is Thomas Schuurmans, en ik heb een passie voor natuurkunde en voor begrijpen waarom dingen werken zoals ze werken. Wat ik wil, is jonge mensen aanmoedigen om vaker “waarom is dat?” en “hoe werkt dat?” te vragen, en ze de handvatten van de natuurkunde geven op een manier die makkelijk is en die je kunt zien.

Ik ben in 2003 afgestudeerd in Technische Natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft. Daarna werkte ik ruim twintig jaar buiten het onderwijs: eerst bij TNO, daarna bij een ontwerpbureau, en uiteindelijk als oprichter van Proportion Global, waarmee ik aan innovatievraagstukken werk in Afrika, Latijns-Amerika en Zuid-Azië. Dat werk lijkt meer op natuurkunde dan je zou denken: niet beginnen bij een oplossing, maar eerst begrijpen wat er aan de hand is, iets proberen, fout zitten, en opnieuw kijken.

Sinds 2026 geef ik natuurkunde in de onder- en bovenbouw, en ben ik begonnen aan mijn master aan de Universiteit van Amsterdam voor mijn eerstegraads bevoegdheid. Daar leerde ik dat de echte aandacht van een middelbare scholier voor nieuwe stof ongeveer zeven minuten duurt. En mijn valkuil is nu net om te veel randverhalen te vertellen.

Daaruit is het idee geboren: video's die één onderwerp scherp en visueel uitleggen, binnen die zeven minuten. Ik maak ze voor mijn eigen leerlingen. Daarna zet ik ze openbaar online, want goede uitleg hoort beschikbaar te zijn voor iedereen die hem nodig heeft, waar je ook woont en in welke taal je denkt en spreekt.