Naar de inhoud
Physics with Thomas

Stroommeter en spanningsmeter aansluiten · verwisselen sloopt je meter

Duur 4:10Op YouTube

Een stroommeter zet je in serie in de kring, want alle lading die je meet moet erdoorheen; daarom heeft hij bijna geen weerstand. Een spanningsmeter zet je parallel over het onderdeel, want spanning is een verschil tussen twee punten; die heeft juist een enorme weerstand. Verwissel je ze, dan sloop je de stroommeter of blijft het lampje uit.

Twee meters, één regel: de stroommeter zet je in de kring, de spanningsmeter ernaast. Verwissel je ze, dan meet je niet alleen het verkeerde. Je sloopt je meter.

Voordat je meet, teken je wat je bouwt, en dat doe je als schakelschema. Elke draad is een rechte lijn, elke hoek een rechte hoek, en elk onderdeel een vast symbool. Twee opstellingen die er op tafel totaal anders uitzien kunnen hetzelfde schema hebben, en dan gedragen ze zich ook hetzelfde.

Stroomsterkte is lading die ergens langskomt. Wil je die meten, dan moet alle lading door je meter heen: je knipt de kring open en zet de meter ertussen, in serie. Daarom heeft een stroommeter bijna geen weerstand, rond een honderdste ohm, zodat hij de schakeling die hij meet zo min mogelijk verandert.

Spanning is iets anders: een verschil tussen twee punten, hoeveel energie een coulomb kwijtraakt op weg van hier naar daar. Een verschil meet je door aan allebei de kanten te gaan hangen, dus de spanningsmeter zet je parallel over het onderdeel. En die is precies andersom gebouwd, met een gigantische weerstand van ongeveer een miljoen ohm, zodat er zo goed als geen stroom door hem heen gaat.

Dan de vraag uit het begin. Hang je een stroommeter over de polen van een batterij, dan is dat een draad over de bron: kortsluiting, en de hele stroom gaat door je meter. Zet je een spanningsmeter in de kring, dan zit er ineens een miljoen ohm in je stroomkring en blijft je lampje uit. De ene fout knalt, de andere doet niets.

Voor 4 havo en 4 vwo, bij elektriciteit.

In deze video

  1. 0:00Een voorschrift dat nergens op slaat
  2. 0:14Een schakeling tekenen
  3. 0:55De stroommeter gaat in de kring
  4. 1:23De spanningsmeter gaat ernaast
  5. 2:11Wat er misgaat als je ze verwisselt
  6. 2:48Drie dingen om te onthouden
  7. 3:12Twee vragen
  8. 3:31De antwoorden
  9. 3:53Zo meet je wat er in een schakeling gebeurt

De hele uitleg, uitgeschreven

Een voorschrift dat nergens op slaat

0:00Twee meters, één regel: de stroommeter zet je ín de kring, de spanningsmeter ernaast. Verwissel je ze, dan meet je niet alleen het verkeerde. Je sloopt je meter.

Een schakeling tekenen

0:14Voordat je meet, teken je wat je bouwt, en dat doe je niet als plaatje maar als schema. In een schakelschema is elke draad een rechte lijn, elke hoek een rechte hoek, en elk onderdeel een vast symbool. Een bron, een lampje, een weerstand, een schakelaar: die symbolen liggen vast en zijn overal ter wereld hetzelfde.

0:36Dat is niet om het netjes te maken. Twee schakelingen die er totaal anders uitzien op tafel, kunnen hetzelfde schema hebben, en dan weet je meteen dat ze zich hetzelfde gedragen. Een foto laat je zien hoe de draden liggen; een schema laat je zien wat er gebeurt.

De stroommeter gaat in de kring

0:55Stroomsterkte is lading die ergens langskomt. Wil je die meten, dan moet alle lading die je wilt tellen ook echt door je meter heen. Dus knip je de kring open en zet je de meter ertussen. In serie. En daarom is een stroommeter zo gebouwd dat hij bijna geen weerstand heeft: hij moet zo min mogelijk veranderen aan de schakeling die hij meet.

1:20Een goede stroommeter zit rond de honderdste ohm.

De spanningsmeter gaat ernaast

1:24Spanning is iets anders. Spanning is een verschil tússen twee punten: hoeveel energie een coulomb kwijtraakt op weg van hier naar daar. Een verschil meet je door aan allebei de kanten te gaan hangen, niet door ertussen te gaan zitten. Dus de spanningsmeter zet je náást het onderdeel waarvan je de spanning wilt weten. Parallel.

1:44En die is precies andersom gebouwd: een spanningsmeter heeft juist een gigantische weerstand, miljoenen ohm. Er mag namelijk zo goed als geen stroom door hem heen gaan, want dan zou hij de schakeling veranderen die hij meet. Nu de vraag uit het begin.

2:01Je hangt een stroommeter, met zijn honderdste ohm, dwars over de polen van een batterij. Wat gebeurt er?

Wat er misgaat als je ze verwisselt

2:12Een stroommeter over de bron hangen is een draad over de bron hangen: bijna geen weerstand tussen plus en min. Dat is kortsluiting. De stroom wordt zo groot als de batterij kan leveren, en die gaat helemaal door je meter. Dat overleeft hij niet.

2:27Andersom is het minder dramatisch maar net zo fout: zet je een spanningsmeter in de kring, dan zit er ineens miljoenen ohm in je stroomkring. Er loopt bijna geen stroom meer en je lampje blijft uit. Dus de twee fouten zien er heel verschillend uit: de ene knalt, de andere doet niets.

Drie dingen om te onthouden

2:48Drie dingen. In een schakelschema is elke draad recht en elk onderdeel een vast symbool, zodat je aan het schema ziet wat de schakeling doet. De stroommeter gaat in de kring, want alle lading moet erdoorheen, en hij heeft bijna geen weerstand.

3:03De spanningsmeter gaat ernaast, want spanning is een verschil tussen twee punten, en hij heeft juist een enorme weerstand.

Twee vragen

3:13Twee vragen. Eén. Je wilt weten hoeveel spanning er over een lampje staat. Waar hang je je meter, en welke van de twee is het? Twee. Iemand meet met een stroommeter en leest nul af, terwijl het lampje gewoon brandt. Wat is er waarschijnlijk aan de hand?

De antwoorden

3:32De eerste: de spanningsmeter, en die hang je parallel over het lampje, dus met een pootje aan elke kant ervan. De tweede: die meter zit niet in de kring maar ergens naast, in een tak waar geen stroom doorheen loopt. Brandt het lampje, dan loopt er stroom, dus als je meter nul zegt, meet hij op de verkeerde plek.

Zo meet je wat er in een schakeling gebeurt

3:53Zo meet je wat er in een schakeling gebeurt. Op het kanaal staat een aparte video over onderdelen die stroom maar één kant op doorlaten, en over het verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning.

Veelgestelde vragen

Hoe sluit je een stroommeter en een spanningsmeter aan?

Een stroommeter zet je in serie: je knipt de kring open en zet de meter ertussen, zodat alle lading erdoorheen gaat. Een spanningsmeter zet je parallel, met een aansluiting aan elke kant van het onderdeel waarvan je de spanning wilt weten, want spanning is een verschil tussen twee punten.

Wat gebeurt er als je een stroommeter over de polen van een batterij zet?

Dan maak je kortsluiting. Een stroommeter heeft bijna geen weerstand, rond een honderdste ohm, dus hij werkt als een draad tussen plus en min. De stroom wordt zo groot als de batterij kan leveren en gaat helemaal door de meter, en dat overleeft hij niet.

Waarom heeft een spanningsmeter zo'n grote weerstand?

Omdat er zo goed als geen stroom door hem heen mag gaan, anders verandert hij de schakeling die hij meet. Een spanningsmeter heeft daarom een weerstand van ongeveer een miljoen ohm. Zet je hem per ongeluk in de kring, dan loopt er bijna geen stroom meer en blijft je lampje uit.

Waarom wijst een stroommeter nul aan terwijl het lampje brandt?

Dan zit de meter niet in de kring maar ergens naast, in een tak waar geen stroom doorheen loopt. Brandt het lampje, dan loopt er stroom, dus als de meter nul zegt, meet hij op de verkeerde plek.

Hiervoor kwam spanning en capaciteit: waarom twee batterijen met hetzelfde getal toch verschillend lang meegaan. Hierna: gelijkspanning, wisselspanning, en waarom een led maar één kant op werkt.

Deze video krijgt geluidssporen en ondertiteling in meer talen. Kies je taal in de speler onder het tandwiel, bij Audiospoor en bij Ondertiteling.

Physics with Thomas: natuurkunde uitgelegd met beeld waar het iets toevoegt, en zonder beeld waar het afleidt.

Even voorstellen

Thomas Schuurmans

Mijn naam is Thomas Schuurmans, en ik heb een passie voor natuurkunde en voor begrijpen waarom dingen werken zoals ze werken. Wat ik wil, is jonge mensen aanmoedigen om vaker “waarom is dat?” en “hoe werkt dat?” te vragen, en ze de handvatten van de natuurkunde geven op een manier die makkelijk is en die je kunt zien.

Ik ben in 2003 afgestudeerd in Technische Natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft. Daarna werkte ik ruim twintig jaar buiten het onderwijs: eerst bij TNO, daarna bij een ontwerpbureau, en uiteindelijk als oprichter van Proportion Global, waarmee ik aan innovatievraagstukken werk in Afrika, Latijns-Amerika en Zuid-Azië. Dat werk lijkt meer op natuurkunde dan je zou denken: niet beginnen bij een oplossing, maar eerst begrijpen wat er aan de hand is, iets proberen, fout zitten, en opnieuw kijken.

Sinds 2026 geef ik natuurkunde in de onder- en bovenbouw, en ben ik begonnen aan mijn master aan de Universiteit van Amsterdam voor mijn eerstegraads bevoegdheid. Daar leerde ik dat de echte aandacht van een middelbare scholier voor nieuwe stof ongeveer zeven minuten duurt. En mijn valkuil is nu net om te veel randverhalen te vertellen.

Daaruit is het idee geboren: video's die één onderwerp scherp en visueel uitleggen, binnen die zeven minuten. Ik maak ze voor mijn eigen leerlingen. Daarna zet ik ze openbaar online, want goede uitleg hoort beschikbaar te zijn voor iedereen die hem nodig heeft, waar je ook woont en in welke taal je denkt en spreekt.