Het aantal cijfers waarmee je een meting opschrijft is een uitspraak over je instrument. Schrijf je 2 m, dan zeg je dat het tussen 1,5 en 2,5 ligt; schrijf je 2,00 m, dan tussen 1,995 en 2,005. Cijfers bijschrijven die je niet gemeten hebt, belooft een nauwkeurigheid die je meting niet heeft.
Je meet twee dingen, je rekenmachine geeft 0,3375, en je schrijft het over. Allemaal. Maar je hebt er maar twee gemeten, dus waar komen die andere twee vandaan? Ze komen nergens vandaan: je beweert een nauwkeurigheid die je instrument niet kan waarmaken.
In deze video leer je wat een cijfer in de natuurkunde eigenlijk betekent. Elke meting heeft speling, en die speling heet de meetonzekerheid. Dat is iets anders dan een meetfout: een meetfout is iets dat misging, meetonzekerheid hoort er altijd bij. Je ziet hoe je afleest tussen twee streepjes, waarom 3 m en 3,00 m verschillende uitspraken zijn, welke nullen wel en niet meetellen als significant cijfer, en de twee vuistregels die je de rest van je natuurkunde nodig hebt: bij vermenigvuldigen en delen telt het aantal significante cijfers, bij optellen en aftrekken het aantal cijfers achter de komma.
Voor 4 havo en 4 vwo, bij de basisvaardigheden aan het begin van het jaar. Er zitten twee denkpauzes in waarin de video een vraag stelt; zet hem daar stil als je in de klas kijkt.
In deze video
De hele uitleg, uitgeschreven
Het display
0:00Je meet twee dingen. Je rekenmachine geeft: nul komma drie drie zeven vijf. Je schrijft het over, allemaal. Vier cijfers, en je hebt er twee gemeten. Waar komen die andere twee vandaan?
Elke meting heeft speling
0:17Als je een grootheid meet, vind je meestal niet precies de juiste waarde. Dat ligt niet aan jou: elk instrument heeft speling, en die speling heet de meetonzekerheid. Let op het verschil met een meetfout, want die twee worden constant verwisseld.
0:32Een meetfout is iets wat misgaat: de wijzer stond niet op nul. Die kun je voorkomen. Een meetonzekerheid niet. Die hoort bij het instrument, en het enige wat je kunt doen is hem opschrijven.
Tussen twee streepjes
0:46Neem een gewone meetlat met streepjes van een millimeter. Je legt hem naast iets en het eind valt niet op een streepje, want dat valt het bijna nooit. Het zit ergens ertussen. Dan schat je. Je kijkt waar het ligt tussen twee streepjes en je noteert dat.
1:03En die schatting is soms te hoog en soms te laag. Dat hoort erbij. Iemand naast je die precies hetzelfde meet, schat net iets anders, en jullie hebben allebei goed gemeten. Kijk waar dit uiteinde ligt. Wat zou jij opschrijven?
Hoe groot is die speling
1:23Goed, je schat. Maar hoe groot is die speling dan? Daar is een richtlijn voor: je neemt een tiende van de kleinste schaal. Staan er streepjes van een millimeter, dan is je meetonzekerheid ongeveer een tiende millimeter. En let op waar die richtlijn wel en niet voor is.
1:42Hij geldt voor een schaal met streepjes waartussen jij moet schatten. Meet je met een schuifmaat met een nonius, dan lees je die nonius gewoon af en schat je helemaal niet. Bij een display idem: dat rondt zelf af, en jij hebt er geen invloed op.
2:00Die instrumenten nemen de schatting uit je handen, en dan bepaalt het instrument de onzekerheid en niet jouw oog.
Wat een cijfer je vertelt
2:09En hier zit het hele verhaal in. Het aantal cijfers waarmee je iets opschrijft is een maat voor de nauwkeurigheid van je instrument. Die cijfers heten de significante cijfers, en ze zijn geen opmaak: ze zijn een uitspraak. Schrijf je twee meter, dan zeg je dat het ergens tussen anderhalf en tweeënhalf ligt.
2:29Schrijf je twee komma nul nul meter, dan zeg je: tussen één komma negen negen vijf en twee komma nul nul vijf. Dezelfde lengte, twee heel verschillende beweringen.
Welke nullen tellen mee
2:42Eén regel die je vaak nodig hebt. Bij het tellen van significante cijfers tellen nullen aan het begin van een getal niet mee, maar nullen aan het eind wel. Nul komma nul nul acht heeft dus één significant cijfer: die nullen vooraan zeggen alleen waar de komma staat.
3:00Acht komma nul nul heeft er drie, want die nullen achteraan zeggen dat je tot op de honderdste hebt gemeten. Zet je een nul aan het eind die je niet gemeten hebt, dan lieg je over je instrument. Drie getallen. Hoeveel significante cijfers heeft elk?
De eerste vuistregel
3:24Terug naar het begin. Waar kwamen die vier cijfers vandaan? Ik had de mat opgemeten waar ik mijn natte spullen op leg. Vijfenzeventig centimeter lang, vijfenveertig centimeter breed. Allebei twee cijfers. Nul komma vijfenzeventig meter maal nul komma vijfenveertig meter.
3:43De rekenmachine geeft nul komma drie drie zeven vijf. En dan de regel: bij vermenigvuldigen en delen krijgt de uitkomst evenveel significante cijfers als de meetwaarde met de minste significante cijfers. Twee en twee, dus twee. Nul komma vierendertig vierkante meter.
4:05Schrijf je nul komma drie drie zeven vijf op, dan geef je vier cijfers terwijl je er twee gemeten hebt.
De tweede vuistregel
4:12Bij optellen en aftrekken gaat het anders, en dat is de val. Daar telt niet het aantal significante cijfers maar het aantal cijfers achter de komma. De regel: bij optellen en aftrekken krijgt de uitkomst evenveel cijfers achter de komma als de meetwaarde met de minste cijfers achter de komma.
4:32En daarbij moet alles eerst in dezelfde eenheid staan, anders vergelijk je komma's die niet bij elkaar horen.
Samenvatting
4:40Drie dingen. Eén: elke meting heeft speling. Schat je tussen streepjes, dan is die speling ongeveer een tiende van de kleinste schaal; bij een nonius of een display niet, want daar schat je niet. Twee: het aantal cijfers waarmee je iets opschrijft is een uitspraak over je instrument.
4:58Twee meter en twee komma nul nul meter zijn niet hetzelfde. Drie: bij vermenigvuldigen kijk je naar significante cijfers, bij optellen naar cijfers achter de komma. Twee regels, en ze worden constant verwisseld.
De twee vragen
5:13Twee vragen. Probeer ze eerst zelf. Eerste vraag: je meet een plaat van nul komma vierentwintig meter bij nul komma zes meter. Hoeveel significante cijfers heeft de oppervlakte? Tweede vraag: iemand schrijft zijn antwoord op met acht cijfers omdat dat nauwkeuriger lijkt.
5:31Wat is daar mis mee?
De antwoorden
5:35Nul komma vierentwintig heeft er twee, nul komma zes heeft er één. De minste is één, dus je antwoord krijgt er één. Nul komma één vier vier wordt nul komma één vierkante meter. Dat voelt als informatie weggooien, en daarom is het moeilijk. Maar je tweede meting had maar één cijfer, en dan kán je uitkomst niet nauwkeuriger zijn.
5:56En de tweede vraag: acht cijfers is niet nauwkeuriger. Je zegt daarmee dat je instrument acht cijfers aankon, en dat kon het niet.
Afsluiting
6:06Je weet nu wat een cijfer in de natuurkunde betekent, en waarom je ze niet zomaar mag bijschrijven. Zodra je metingen in een tabel zet en er een grafiek van maakt, gebruik je dit bij elk punt dat je uitzet.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een meetfout en meetonzekerheid?
Een meetfout is iets dat misgaat: je leest verkeerd af, of je instrument staat scheef. Meetonzekerheid hoort er altijd bij, ook als je alles goed doet, want elk instrument heeft speling. Meetonzekerheid betekent dus niet dat je het fout hebt gedaan.
Hoeveel significante cijfers heeft 0,008?
Eén. Nullen aan het begin van een getal tellen niet mee: die zeggen alleen waar de komma staat. Nullen aan het eind tellen wel mee, want die zeggen tot op welke plaats je gemeten hebt. 8,00 heeft er dus drie.
Hoeveel cijfers mag mijn antwoord hebben na een berekening?
Bij vermenigvuldigen en delen krijgt je uitkomst evenveel significante cijfers als de meetwaarde met de minste. Bij optellen en aftrekken telt niet het aantal significante cijfers maar het aantal cijfers achter de komma, en dan moet alles wel eerst in dezelfde eenheid staan.
Waarom is 3 m niet hetzelfde als 3,00 m?
Omdat je er verschillende dingen mee beweert. 3 m betekent dat het tussen 2,5 en 3,5 ligt, 3,00 m dat het tussen 2,995 en 3,005 ligt. Dat is honderd keer zo nauwkeurig, en dat mag je alleen opschrijven als je instrument het kan.
Hierna komt het uitzetten van metingen in een tabel en een diagram, waar je dit bij elk punt gebruikt.
Deze video krijgt geluidssporen en ondertiteling in meer talen. Kies je taal in de speler onder het tandwiel, bij Audiospoor en bij Ondertiteling.
Physics with Thomas: natuurkunde uitgelegd met beeld waar het iets toevoegt, en zonder beeld waar het afleidt.
In deze serie
Grootheden en eenhedenwaarom 20.000 niet meer is dan 10.0007:21
Wetenschappelijke notatiemachten van tien en orde van grootte5:21
Eenheden afleiden uit een formuleomrekenen naar grondeenheden7:47
Significante cijfers en meetonzekerheidhoeveel cijfers schrijf je op6:24
Even voorstellen

Mijn naam is Thomas Schuurmans, en ik heb een passie voor natuurkunde en voor begrijpen waarom dingen werken zoals ze werken. Wat ik wil, is jonge mensen aanmoedigen om vaker “waarom is dat?” en “hoe werkt dat?” te vragen, en ze de handvatten van de natuurkunde geven op een manier die makkelijk is en die je kunt zien.
Ik ben in 2003 afgestudeerd in Technische Natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft. Daarna werkte ik ruim twintig jaar buiten het onderwijs: eerst bij TNO, daarna bij een ontwerpbureau, en uiteindelijk als oprichter van Proportion Global, waarmee ik aan innovatievraagstukken werk in Afrika, Latijns-Amerika en Zuid-Azië. Dat werk lijkt meer op natuurkunde dan je zou denken: niet beginnen bij een oplossing, maar eerst begrijpen wat er aan de hand is, iets proberen, fout zitten, en opnieuw kijken.
Sinds 2026 geef ik natuurkunde in de onder- en bovenbouw, en ben ik begonnen aan mijn master aan de Universiteit van Amsterdam voor mijn eerstegraads bevoegdheid. Daar leerde ik dat de echte aandacht van een middelbare scholier voor nieuwe stof ongeveer zeven minuten duurt. En mijn valkuil is nu net om te veel randverhalen te vertellen.
Daaruit is het idee geboren: video's die één onderwerp scherp en visueel uitleggen, binnen die zeven minuten. Ik maak ze voor mijn eigen leerlingen. Daarna zet ik ze openbaar online, want goede uitleg hoort beschikbaar te zijn voor iedereen die hem nodig heeft, waar je ook woont en in welke taal je denkt en spreekt.








