De verplaatsing is het verschil tussen eindplaats en beginplaats: Δx is x eind min x begin. Na tien baantjes van 25 meter heb je 250 meter afgelegd, maar is je verplaatsing nul. De gemiddelde snelheid is de verplaatsing gedeeld door de tijdsduur, en in een x-t-diagram is dat de steilheid van de verbindingslijn.
Tien baantjes van 25 meter: dan heb je je toch 250 meter verplaatst? Nee. Je hebt 250 meter gezwommen, en dat heet de afgelegde weg. Maar je eindigt precies waar je begon, dus je verplaatsing is nul meter.
De verplaatsing is het verschil tussen twee plaatsen: Δx is x eind min x begin. Welke route je neemt, speelt geen rol. De afgelegde weg is altijd positief; de verplaatsing kan positief zijn, nul, of negatief als je terug bent gegaan. Na vijf baantjes sta je aan de overkant: je verplaatsing is dan 25 meter en je afgelegde weg 125 meter.
Hoe een beweging verloopt, zie je in een plaats-tijd-diagram, kort het x-t-diagram. Zo'n diagram maak je met een plaatssensor, een lichtpoortje of een videometing. Doet de zwemmer 25 seconden over een baantje, dan is zijn diagram een zigzag tussen 0 en 25 meter.
De gemiddelde snelheid is de verplaatsing gedeeld door de tijdsduur: v gemiddeld is Δx gedeeld door Δt. Over het eerste baantje is dat 25 meter in 25 seconden, 1,0 meter per seconde. Over twee baantjes is het nul meter in 50 seconden, dus een gemiddelde snelheid van nul. In het x-t-diagram is de gemiddelde snelheid de steilheid van de verbindingslijn tussen twee punten: hoe steiler die lijn, hoe groter de gemiddelde snelheid.
In het rekenvoorbeeld rent een hond door het park. Op 2,0 seconde is hij op 6,0 meter, op 8,0 seconde op 33 meter. Dat is 27 meter in 6,0 seconde, dus 4,5 meter per seconde. Een fietser die 180 meter in 30 seconde aflegt, gaat 6,0 meter per seconde, en zijn verbindingslijn is steiler.
Voor natuurkunde 4 havo/vwo, bij bewegingen.
In deze video
De hele uitleg, uitgeschreven
Verplaatsing en afgelegde weg
0:00Tien baantjes van vijfentwintig meter. Dan heb je je toch tweehonderdvijftig meter verplaatst? Je hebt tweehonderdvijftig meter gezwommen, en dat heet de afgelegde weg. Maar je eindigt precies waar je begon. Je verplaatsing is nul meter. De verplaatsing is het verschil tussen twee plaatsen: delta x is x eind min x begin.
0:25Welke route je neemt, speelt geen rol. De afgelegde weg is altijd positief. De verplaatsing kan positief zijn, nul, of negatief, als je terug bent gegaan. Na vijf baantjes sta je aan de overkant. Dan is je verplaatsing vijfentwintig meter, en je afgelegde weg honderdvijfentwintig meter.
Plaats-tijd-diagram en gemiddelde snelheid
0:45Hoe een beweging verloopt, zie je in een plaats-tijd-diagram, kort het x-t-diagram. Zo'n diagram maak je met een plaatssensor, een lichtpoortje of een videometing. Doet de zwemmer vijfentwintig seconden over een baantje, dan loopt de lijn in vijfentwintig seconden omhoog naar vijfentwintig meter, en in de volgende vijfentwintig seconden weer omlaag naar nul. Een zigzag.
1:09De gemiddelde snelheid is de verplaatsing gedeeld door de tijdsduur: v gemiddeld is delta x gedeeld door delta t. Over het eerste baantje: vijfentwintig meter in vijfentwintig seconden, één komma nul meter per seconde. Over twee baantjes: nul meter in vijftig seconden, en dus een gemiddelde snelheid van nul.
1:33Nu jij. Een hond rent door het park. Op twee komma nul seconde is hij op zes komma nul meter, op acht komma nul seconde op drieëndertig meter. Hoe groot is zijn gemiddelde snelheid in dat interval?
Steilheid van de verbindingslijn
1:52De verplaatsing is drieëndertig min zes komma nul, zevenentwintig meter, in zes komma nul seconde. Zevenentwintig gedeeld door zes komma nul is vier komma vijf meter per seconde. Je kunt dat ook in het diagram zien. Trek een rechte lijn tussen de twee punten: de verbindingslijn.
2:11Delta x gedeeld door delta t is de steilheid van die lijn. Hoe steiler de verbindingslijn, hoe groter de gemiddelde snelheid. Een fietser die op tien seconde op vijftig meter is en op veertig seconde op tweehonderddertig meter, heeft een gemiddelde snelheid van honderdtachtig meter in dertig seconde: zes komma nul meter per seconde.
2:34Zijn verbindingslijn is steiler dan die van de hond.
Drie dingen om te onthouden
2:39Drie dingen. De verplaatsing is x eind min x begin. De afgelegde weg telt elke meter die je aflegt. De gemiddelde snelheid is de verplaatsing gedeeld door de tijdsduur. En in een x-t-diagram is dat de steilheid van de verbindingslijn.
Twee vragen
2:56Twee vragen. Eén. Je loopt vierhonderd meter naar de supermarkt en weer terug naar huis. Hoe groot is je afgelegde weg, en hoe groot is je verplaatsing? Twee. Iets is op vijf komma nul seconde op twintig meter, en op vijfentwintig seconde op tachtig meter.
3:12Hoe groot is de gemiddelde snelheid?
De antwoorden
3:18De eerste: de afgelegde weg is achthonderd meter, en de verplaatsing nul meter, want je staat weer thuis. De tweede: zestig meter in twintig seconde, dus drie komma nul meter per seconde.
De eenparige beweging
3:31Wil je weten hoe je uit een snelheid-tijd-diagram haalt hoe ver iets is gegaan? Kijk dan de video over de eenparige beweging op mijn YouTube-kanaal.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen verplaatsing en afgelegde weg?
De afgelegde weg telt elke meter die je aflegt en is altijd positief. De verplaatsing is alleen het verschil tussen eindplaats en beginplaats, x eind min x begin, en welke route je neemt speelt geen rol. Wie tien baantjes van 25 meter zwemt, legt 250 meter af en heeft een verplaatsing van nul meter.
Kan de verplaatsing negatief zijn?
Ja. De verplaatsing is x eind min x begin. Ben je teruggegaan en eindig je op een kleinere plaats dan waar je begon, dan is de verplaatsing negatief. De afgelegde weg is wel altijd positief.
Hoe bereken je de gemiddelde snelheid?
Deel de verplaatsing door de tijdsduur: v gemiddeld is Δx gedeeld door Δt. Een hond die op 2,0 s op 6,0 m is en op 8,0 s op 33 m, verplaatst zich 27 m in 6,0 s. Zijn gemiddelde snelheid is 4,5 m/s.
Hoe zie je de gemiddelde snelheid in een x-t-diagram?
Trek een rechte lijn tussen de twee punten: de verbindingslijn. Δx gedeeld door Δt is de steilheid van die lijn. Hoe steiler de verbindingslijn, hoe groter de gemiddelde snelheid.
Waarom is je gemiddelde snelheid nul als je heen en terug zwemt?
Omdat de gemiddelde snelheid de verplaatsing gedeeld door de tijdsduur is. Zwem je een baantje heen en weer terug, dan eindig je waar je begon: nul meter in 50 seconden, en dus een gemiddelde snelheid van nul.
Hierna: de eenparige beweging, en hoe je uit een snelheid-tijd-diagram haalt hoe ver iets is gegaan.
Deze video krijgt geluidssporen en ondertiteling in meer talen. Kies je taal in de speler onder het tandwiel, bij Audiospoor en bij Ondertiteling.
Physics with Thomas: natuurkunde uitgelegd met beeld waar het iets toevoegt, en zonder beeld waar het afleidt.
In deze serie
Verplaatsing en gemiddelde snelheidtien baantjes en toch nul meter3:46
Eenparige beweging en oppervlaktemethodehoe hoog is de toren?3:19
Versnelling en vertraginghoe lang doet een metro over 50 km/h?3:36
Vrije val en valversnellingvalt een zware bal sneller dan een lichte?3:15
Raaklijnmethode in het x-t-diagramhoe bepaal je je snelheid op één moment?3:03
Even voorstellen

Mijn naam is Thomas Schuurmans, en ik heb een passie voor natuurkunde en voor begrijpen waarom dingen werken zoals ze werken. Wat ik wil, is jonge mensen aanmoedigen om vaker “waarom is dat?” en “hoe werkt dat?” te vragen, en ze de handvatten van de natuurkunde geven op een manier die makkelijk is en die je kunt zien.
Ik ben in 2003 afgestudeerd in Technische Natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft. Daarna werkte ik ruim twintig jaar buiten het onderwijs: eerst bij TNO, daarna bij een ontwerpbureau, en uiteindelijk als oprichter van Proportion Global, waarmee ik aan innovatievraagstukken werk in Afrika, Latijns-Amerika en Zuid-Azië. Dat werk lijkt meer op natuurkunde dan je zou denken: niet beginnen bij een oplossing, maar eerst begrijpen wat er aan de hand is, iets proberen, fout zitten, en opnieuw kijken.
Proportion Global werkt inmiddels met een netwerk van lokale consultants in 67 landen, dus ik hoef zelf bijna niet meer te reizen. Hierdoor heb ik nu meer tijd en behoefte om ook dichter bij huis een verschil te maken. Daarom heb ik mijn oude liefde voor natuurkunde weer opgepakt. Sinds september 2026 ben ik twee ochtenden per week natuurkundedocent op het Cartesius Lyceum in Amsterdam, in de derde en vierde klas havo/vwo.
Zelf ben ik erg visueel ingesteld als ik nieuwe dingen wil leren. Daaruit is het idee geboren: video's die één onderwerp scherp en visueel uitleggen, in een paar minuten. Ik maak ze voor mijn eigen leerlingen. Daarna zet ik ze openbaar online, want goede uitleg hoort beschikbaar te zijn voor iedereen die hem nodig heeft, waar je ook woont en in welke taal je denkt en spreekt.








