Kleiner. Elke tak die je erbij zet is een extra weg voor de lading, dus bij dezelfde spanning loopt er meer stroom, en dat betekent een kleinere weerstand. Twee weerstanden van 100 ohm parallel zijn samen 50 ohm. Reken met een gedeeld door R totaal is een gedeeld door R een plus een gedeeld door R twee.
Je hebt een weerstand van 100 ohm en zet er een tweede van 100 ohm naast, zodat de stroom door allebei kan. Hoe groot is de weerstand samen? Niet 200 ohm, en ook geen 100: samen zijn ze 50 ohm.
Zit elk onderdeel in een eigen tak, naast elkaar tussen dezelfde twee punten, dan heet dat een parallelschakeling. Waar de takken beginnen splitst de stroom zich, en verderop komt hij weer samen. Die splitsing heet stroomdeling en de stroom door één tak is een deelstroom. De deelstromen tellen op tot de totale stroom: I totaal is I een plus I twee.
Wat niet verdeeld wordt, is de spanning. Elke tak zit met zijn beide uiteinden aan dezelfde twee punten, dus over elke tak staat dezelfde spanning: U totaal is U een is U twee.
Elke tak die je erbij zet is een extra weg voor de lading. Bij dezelfde spanning loopt er dan meer stroom, en meer stroom bij dezelfde spanning betekent een kleinere weerstand. In het algemeen reken je met een gedeeld door R totaal is een gedeeld door R een plus een gedeeld door R twee, en je draait die uitkomst op het eind om. De totale weerstand is daardoor altijd kleiner dan de kleinste weerstand in de schakeling.
In het rekenvoorbeeld staan 30 ohm en 60 ohm parallel op 12 volt. Over allebei staat 12 volt, dus door de 30 ohm loopt 0,40 ampère en door de 60 ohm 0,20 ampère: de grootste stroom gaat door de kleinste weerstand. Samen 0,60 ampère, en de totale weerstand is 20 ohm, kleiner dan de 30.
Voor 4 havo en 4 vwo, bij elektriciteit.
In deze video
De hele uitleg, uitgeschreven
Honderd ohm erbij
0:00Een weerstand van honderd ohm. Je zet er een tweede van honderd ohm naast, zodat de stroom door allebei kan. Hoe groot is de weerstand samen? Schat maar.
Meerdere wegen
0:15Zit elk onderdeel in een eigen tak, naast elkaar tussen dezelfde twee punten, dan heet dat een parallelschakeling. De stroom splitst zich waar de takken beginnen, en komt verderop weer samen. Die splitsing heet stroomdeling, en de stroom door één tak is een deelstroom.
0:32Samen zijn de deelstromen gelijk aan de totale stroom: I totaal is I één plus I twee. Wat niet verdeeld wordt, is de spanning. Elke tak zit met zijn beide uiteinden aan dezelfde twee punten, dus over elke tak staat dezelfde spanning: U totaal is U één is U twee.
Een extra weg
0:53Elke tak die je erbij zet, is een extra weg voor de lading. Bij dezelfde spanning loopt er dan meer stroom, en meer stroom bij dezelfde spanning betekent een kleinere weerstand. Twee weerstanden van honderd ohm naast elkaar zijn samen vijftig ohm: de helft.
1:10In het algemeen reken je met één gedeeld door R totaal is één gedeeld door R één plus één gedeeld door R twee. De totale weerstand is daardoor altijd kleiner dan de kleinste weerstand in de schakeling. Nu jij. Een weerstand van dertig ohm en een van zestig ohm staan parallel op twaalf volt.
1:30Door welke van de twee gaat de grootste stroom?
Dertig en zestig ohm
1:36Bij de formule met één gedeeld door reken je eerst één gedeeld door R totaal uit, en dan draai je hem om. Over allebei staat twaalf volt. Door de dertig ohm gaat twaalf gedeeld door dertig: nul komma veertig ampère. Door de zestig ohm: twaalf gedeeld door zestig, nul komma twintig ampère.
1:57De grootste stroom gaat door de kleinste weerstand. Samen is dat nul komma zestig ampère. En de totale weerstand: één gedeeld door dertig plus één gedeeld door zestig is drie zestigste, en dat is één gedeeld door twintig. R totaal is twintig ohm, kleiner dan de dertig.
2:16Twaalf volt gedeeld door twintig ohm geeft weer nul komma zestig ampère, precies de totale stroom.
Drie dingen om te onthouden
2:23Drie dingen. In een parallelschakeling staat over elke tak dezelfde spanning. De stroom deelt zich: de deelstromen tellen op tot de totale stroom, en de grootste stroom gaat door de kleinste weerstand. En de totale weerstand reken je uit met één gedeeld door R totaal is één gedeeld door R één plus één gedeeld door R twee.
2:45Hij is altijd kleiner dan de kleinste weerstand.
Twee vragen
2:49Twee vragen. Eén. Een weerstand van twintig ohm en een van tachtig ohm staan parallel op acht komma nul volt. Hoe groot is de totale weerstand? Twee. Je zet er een derde weerstand parallel bij. Wat gebeurt er met de totale stroom, en wat met de stroom door de andere twee?
De antwoorden
3:10De eerste: één gedeeld door twintig plus één gedeeld door tachtig is vijf tachtigste, en dat is één gedeeld door zestien. R totaal is zestien ohm. Via de stromen klopt dat ook: nul komma veertig plus nul komma tien is nul komma vijftig ampère, en acht komma nul gedeeld door nul komma vijftig is zestien ohm.
3:32De tweede: de totale stroom wordt groter, want er komt een deelstroom bij. De stroom door de andere twee blijft gelijk, want de spanning over hun tak verandert niet.
Als serie en parallel door elkaar staan
3:43Hoe je een schakeling uitrekent waarin serie en parallel door elkaar staan: op het kanaal staat een aparte video over gemengde schakelingen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je de totale weerstand van een parallelschakeling?
Met een gedeeld door R totaal is een gedeeld door R een plus een gedeeld door R twee. Let op de laatste stap: je hebt dan een gedeeld door R totaal uitgerekend, dus je moet die breuk nog omdraaien. Bij 30 ohm en 60 ohm is dat een dertigste plus een zestigste, samen drie zestigste, oftewel een twintigste, dus R totaal is 20 ohm.
Waarom wordt de weerstand kleiner als je er een weerstand parallel bij zet?
Omdat elke tak een extra weg is voor de lading. Bij dezelfde spanning loopt er door twee wegen samen meer stroom dan door één, en meer stroom bij dezelfde spanning betekent per definitie een kleinere weerstand. De totale weerstand is daarom altijd kleiner dan de kleinste weerstand in de schakeling.
Wat is een deelstroom?
De stroom door één tak van een parallelschakeling. Waar de takken beginnen splitst de stroom zich, en dat heet stroomdeling. De deelstromen tellen samen op tot de totale stroom: I totaal is I een plus I twee.
Staat over elke tak van een parallelschakeling dezelfde spanning?
Ja. Elke tak zit met zijn beide uiteinden aan dezelfde twee punten, dus over elke tak staat dezelfde spanning: U totaal is U een is U twee. Dat is precies het omgekeerde van een serieschakeling, waar de spanning zich verdeelt en de stroom overal gelijk is.
Door welke weerstand gaat de grootste stroom?
Door de kleinste. Over beide takken staat dezelfde spanning, en met I is U gedeeld door R levert de kleinste R de grootste I. Bij 30 ohm en 60 ohm op 12 volt is dat 0,40 ampère door de 30 ohm en 0,20 ampère door de 60 ohm.
Hiervoor kwam de serieschakeling: alle onderdelen achter elkaar in één kring, waar de weerstanden juist optellen. Hierna: een schakeling waarin serie en parallel door elkaar staan, en hoe je die stap voor stap terugbrengt tot één weerstand.
Deze video krijgt geluidssporen en ondertiteling in meer talen. Kies je taal in de speler onder het tandwiel, bij Audiospoor en bij Ondertiteling.
Physics with Thomas: natuurkunde uitgelegd met beeld waar het iets toevoegt, en zonder beeld waar het afleidt.
In deze serie
Elektrische stroomde elektronen kruipen, je lamp is meteen aan6:12
Spanning en capaciteittwee batterijen, hetzelfde getal4:43
Stroommeter en spanningsmeter aansluitenverwisselen sloopt je meter4:10
Weerstand en de wet van Ohmverdubbelt de weerstand met de spanning?4:21
Weerstand van een draadwaarom een lange kabel traag laadt4:40
Regelbare weerstand, NTC, PTC en LDRweerstanden die vanzelf veranderen3:40
Serieschakelingdoor welk lampje gaat de meeste stroom?3:32
Parallelschakelingwaarom wordt de weerstand juist kleiner?3:56
Gemengde schakelingwaarom optellen hier niet klopt3:37
Even voorstellen

Mijn naam is Thomas Schuurmans, en ik heb een passie voor natuurkunde en voor begrijpen waarom dingen werken zoals ze werken. Wat ik wil, is jonge mensen aanmoedigen om vaker “waarom is dat?” en “hoe werkt dat?” te vragen, en ze de handvatten van de natuurkunde geven op een manier die makkelijk is en die je kunt zien.
Ik ben in 2003 afgestudeerd in Technische Natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft. Daarna werkte ik ruim twintig jaar buiten het onderwijs: eerst bij TNO, daarna bij een ontwerpbureau, en uiteindelijk als oprichter van Proportion Global, waarmee ik aan innovatievraagstukken werk in Afrika, Latijns-Amerika en Zuid-Azië. Dat werk lijkt meer op natuurkunde dan je zou denken: niet beginnen bij een oplossing, maar eerst begrijpen wat er aan de hand is, iets proberen, fout zitten, en opnieuw kijken.
Sinds 2026 geef ik natuurkunde in de onder- en bovenbouw, en ben ik begonnen aan mijn master aan de Universiteit van Amsterdam voor mijn eerstegraads bevoegdheid. Daar leerde ik dat de echte aandacht van een middelbare scholier voor nieuwe stof ongeveer zeven minuten duurt. En mijn valkuil is nu net om te veel randverhalen te vertellen.
Daaruit is het idee geboren: video's die één onderwerp scherp en visueel uitleggen, binnen die zeven minuten. Ik maak ze voor mijn eigen leerlingen. Daarna zet ik ze openbaar online, want goede uitleg hoort beschikbaar te zijn voor iedereen die hem nodig heeft, waar je ook woont en in welke taal je denkt en spreekt.








