Bouw de schakeling zoals het schema, eerst het kleinste rondje. Meet een reeks spanningen en stromen, en haal uit de steilheid van je (U,I)-diagram de totale weerstand, hier 132 ohm. Reken terug met een gedeeld door R totaal is een gedeeld door R1 plus een gedeeld door R2, en draai de uitkomst om: 220 ohm.
Op de practicumtoets ligt er een bron op je tafel, twee multimeters, drie weerstanden en een bos snoeren. Eén weerstand zit onder tape, en jij moet zijn waarde bepalen. In deze video doe ik de hele route één keer voor, van de losse snoeren tot de weerstand waarvan je de waarde niet mag zien.
Begin niet met snoeren maar met het schema. Leg je spullen neer zoals ze op de tekening liggen, bouw eerst het kleinste rondje (bron, stroommeter en R1) en zet daarna het tweede pad erbij. De stroommeter zit in de hoofdstroom, vóór de splitsing. De spanningsmeter komt als laatste, ernaast en niet ertussen.
Voordat je de bron aanzet kies je de bus en het bereik. R1 is 330 ohm, dus bij 6,0 volt verwacht je 18 milliampère: dat past ruim in de mA-bus tot 200 milliampère.
Dan de meetreeks. Lees af op je eigen meter en schrijf op wat er staat, met de nullen: 1,02 volt bij 7,7 milliampère, en zo verder tot zes volt. In het (U,I)-diagram trek je de beste rechte lijn, en de steilheid geeft de totale weerstand: 5,94 volt gedeeld door 45,0 milliampère is 132 ohm.
Daar zit de stap die bijna iedereen vergeet. Met een gedeeld door R totaal is een gedeeld door R1 plus een gedeeld door R2 vind je 0,0045. Dat is niet R2, dat is een gedeeld door R2. Draai hem om en je krijgt 220 ohm.
Klopt dat? Bouw om naar een serieschakeling met de weerstand van 470 ohm: 6,01 volt en 8,71 milliampère geeft samen 690 ohm, min 470 is 220 ohm. Pas dan mag de tape eraf. Rood, rood, bruin, goud: 220 ohm, plus of min 5 procent.
Voor 4 havo en 4 vwo, bij elektriciteit en het practicum schakelingen meten.
In deze video
- 0:00Wat je na deze video kunt
- 0:19Wat er op je tafel ligt
- 0:37Eerst tekenen, dan neerleggen zoals op de tekening
- 1:01Eerst het kleinste rondje, dan het tweede pad
- 1:37Welke bus, welk bereik
- 2:06Als laatste, en ernaast
- 2:30Aflezen zoals de meter het zegt
- 2:50U omhoog, I opzij
- 3:27De stap die iedereen vergeet
- 4:07Klopt het? Bouw om en kijk
- 4:46Drie dingen
- 4:59Eerst tekenen, dan bouwen
De hele uitleg, uitgeschreven
Wat je na deze video kunt
0:00Na deze video kun je met een stroommeter en een spanningsmeter een onbekende weerstand bepalen. Dat gaat in drie stappen. Je bouwt de schakeling zoals het schema. Je meet een reeks spanningen en stromen. En uit je diagram reken je die ene weerstand terug.
Wat er op je tafel ligt
0:19Dit ligt er bij de practicumtoets op je tafel. Een bron, twee meters, drie weerstanden en een bos snoeren. En je hebt dertig minuten om er een meetreeks uit te halen. Ik doe het één keer helemaal voor: van de losse snoeren tot de weerstand waarvan je de waarde niet mag zien.
Eerst tekenen, dan neerleggen zoals op de tekening
0:38Begin niet met snoeren. Begin met het schema, want dat is je bouwtekening. Leg je spullen neer zoals ze op de tekening liggen. De bron links. De stroommeter bovenaan, in de hoofdstroom, voordat de stroom zich splitst. De twee weerstanden boven elkaar, parallel: allebei tussen dezelfde twee punten.
0:58En de spanningsmeter erboven, over de weerstanden heen.
Eerst het kleinste rondje, dan het tweede pad
1:02Nu bouwen, en dan eerst het kleinste rondje: de bron, de stroommeter en R één. Van de plus een rood snoer naar de mA-bus van de gele meter. Uit de COM-bus naar het begin van R één. En van het eind van R één een zwart snoer, onderlangs terug naar de min.
1:21Volg het rondje met je vinger: je komt door de stroommeter. Dan zit hij goed. Dan het tweede pad erbij: R twee. Begin aan begin, eind aan eind. Nu splitst de stroom zich na de stroommeter, en komt hij weer samen voordat hij teruggaat.
Welke bus, welk bereik
1:38Twee dingen op de gele meter: de bus en het bereik. Hoeveel stroom kun je verwachten? R één is driehonderddertig ohm. Bij zes komma nul volt gaat daar zes komma nul gedeeld door driehonderddertig doorheen: nul komma nul achttien ampère, achttien milliampère.
1:56Dat past ruim in de mA-bus, die tot tweehonderd milliampère gaat. Draaischakelaar op gelijkstroom, bereik tweehonderd milliampère.
Als laatste, en ernaast
2:06Als laatste de spanningsmeter. Die hangt ernaast, niet ertussen. De V-bus aan de kant van de plus, COM aan de kant van de min, allebei over de weerstanden heen. Een goede controle: haal je de spanningsmeter weg, dan verandert er niets aan de kring.
2:23De stroom blijft gewoon lopen. Steek je hand op voor aftekenen. Pas daarna gaat de bron aan.
Aflezen zoals de meter het zegt
2:30Draai de knop op tot de blauwe meter ongeveer één volt aangeeft. Niet op het kastje kijken: je eigen meter is de meting. Eén komma nul twee volt, zeven komma zeven milliampère. Schrijf het op zoals het er staat, met de nullen. Dan twee volt, drie, en zo verder tot zes.
U omhoog, I opzij
2:51Nu de verwerking, die doe je alleen. Een U,I-diagram: U staat verticaal, I horizontaal. Kies een schaal die je papier vult, en zet je meetpunten als kruisje. Trek met je geodriehoek de beste rechte lijn, door de oorsprong. Verbind de punten niet.
3:07Voor de steilheid kies je twee punten op de lijn, ver uit elkaar, niet twee meetpunten. Vijf komma vierennegentig volt gedeeld door vijfenveertig milliampère. Zet die mA eerst om: nul komma nul vierhonderdvijftig ampère. Dat geeft honderdtweeëndertig ohm.
3:26Dat is R totaal.
De stap die iedereen vergeet
3:27Je kent R één en je kent R totaal. Bij parallel geldt: één gedeeld door R totaal is één gedeeld door R één plus één gedeeld door R twee. Dus één gedeeld door R twee is één gedeeld door honderdtweeëndertig, min één gedeeld door driehonderddertig.
3:44Nul komma nul nul vijfenveertig. En hier stoppen veel mensen: R twee is nul komma nul nul vijfenveertig ohm. Toch? Een weerstand van nog geen vijf duizendste ohm, op je tafel? Je hebt nog niet R twee, je hebt één gedeeld door R twee. Draai hem om: één gedeeld door dat getal. Tweehonderdtwintig ohm.
Klopt het? Bouw om en kijk
4:07Klopt dat? Je kunt het controleren met een tweede schakeling. Haal alle snoeren los en leg de spullen neer zoals op de nieuwe tekening: R twee in serie met R drie, die is vierhonderdzeventig ohm. Bij zes komma nul één volt loopt er acht komma zeven één milliampère.
4:25Dat is samen zeshonderdnegentig ohm. Min vierhonderdzeventig: tweehonderdtwintig. Pas nu mag de tape eraf. Rood, rood, bruin, goud: tweehonderdtwintig ohm, plus of min vijf procent. Ergens tussen tweehonderdnegen en tweehonderdeenendertig. Jouw tweehonderdtwintig ligt ertussen.
Drie dingen
4:46Drie dingen. De stroommeter zit in het rondje, de spanningsmeter ernaast. Lees af op je eigen meter, met de nullen. En na één gedeeld door R twee ben je pas halverwege: draai hem om.
Eerst tekenen, dan bouwen
4:59Wil je hier meer over weten, kijk dan de video's over serie en parallel op dit kanaal. En op de practicumtoets: eerst tekenen, dan bouwen.
Veelgestelde vragen
Hoe bepaal je een onbekende weerstand op een practicumtoets?
Meet bij een paar spanningen de stroom, zet de punten in een (U,I)-diagram en trek de beste rechte lijn. De steilheid is de weerstand. Zit de onbekende weerstand parallel aan een bekende, dan is die steilheid de totale weerstand en reken je daarna terug naar de onbekende.
Waar sluit je de stroommeter en de spanningsmeter aan?
De stroommeter in de kring, in de hoofdstroom vóór de splitsing, in de mA-bus en de COM-bus. De spanningsmeter als laatste, ernaast over de weerstanden: de V-bus aan de kant van de plus, COM aan de kant van de min. Haal je de spanningsmeter weg, dan blijft de stroom gewoon lopen.
Welk bereik kies je op de stroommeter?
Schat eerst de stroom. Bij 330 ohm en 6,0 volt is dat 6,0 gedeeld door 330, ongeveer 18 milliampère. Dat past ruim in de mA-bus met het bereik van 200 milliampère.
Waarom krijg ik een weerstand van 0,0045 ohm?
Omdat je nog niet klaar bent. Met een gedeeld door R totaal min een gedeeld door R1 reken je een gedeeld door R2 uit, niet R2 zelf. Draai die uitkomst om: een gedeeld door 0,004545 is 220 ohm.
Hoe controleer je of je antwoord klopt?
Bouw een tweede schakeling: de onbekende weerstand in serie met een bekende van 470 ohm. Bij 6,01 volt en 8,71 milliampère is de totale weerstand 690 ohm, min 470 is 220 ohm. Daarna mag de tape eraf: rood, rood, bruin, goud is 220 ohm plus of min 5 procent, dus tussen 209 en 231 ohm.
Wil je de theorie erachter nog eens zien: de video's over de serieschakeling, de parallelschakeling en gemengde schakelingen staan op dit kanaal.
Deze video krijgt geluidssporen en ondertiteling in meer talen. Kies je taal in de speler onder het tandwiel, bij Audiospoor en bij Ondertiteling.
Physics with Thomas: natuurkunde uitgelegd met beeld waar het iets toevoegt, en zonder beeld waar het afleidt.
In deze serie
Elektrische stroomde elektronen kruipen, je lamp is meteen aan6:12
Spanning en capaciteittwee batterijen, hetzelfde getal4:43
Stroommeter en spanningsmeter aansluitenverwisselen sloopt je meter4:10
Weerstand en de wet van Ohmverdubbelt de weerstand met de spanning?4:21
Weerstand van een draadwaarom een lange kabel traag laadt4:40
Regelbare weerstand, NTC, PTC en LDRweerstanden die vanzelf veranderen3:40
Serieschakelingdoor welk lampje gaat de meeste stroom?3:32
Parallelschakelingwaarom wordt de weerstand juist kleiner?3:56
Gemengde schakelingwaarom optellen hier niet klopt3:37
Practicumtoets schakelingenzo vind je de weerstand onder de tape5:13
Vermogenwaarom bestaat watt per uur niet?2:58
Even voorstellen

Mijn naam is Thomas Schuurmans, en ik heb een passie voor natuurkunde en voor begrijpen waarom dingen werken zoals ze werken. Wat ik wil, is jonge mensen aanmoedigen om vaker “waarom is dat?” en “hoe werkt dat?” te vragen, en ze de handvatten van de natuurkunde geven op een manier die makkelijk is en die je kunt zien.
Ik ben in 2003 afgestudeerd in Technische Natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft. Daarna werkte ik ruim twintig jaar buiten het onderwijs: eerst bij TNO, daarna bij een ontwerpbureau, en uiteindelijk als oprichter van Proportion Global, waarmee ik aan innovatievraagstukken werk in Afrika, Latijns-Amerika en Zuid-Azië. Dat werk lijkt meer op natuurkunde dan je zou denken: niet beginnen bij een oplossing, maar eerst begrijpen wat er aan de hand is, iets proberen, fout zitten, en opnieuw kijken.
Sinds 2026 geef ik natuurkunde in de onder- en bovenbouw, en ben ik begonnen aan mijn master aan de Universiteit van Amsterdam voor mijn eerstegraads bevoegdheid. Daar leerde ik dat de echte aandacht van een middelbare scholier voor nieuwe stof ongeveer zeven minuten duurt. En mijn valkuil is nu net om te veel randverhalen te vertellen.
Daaruit is het idee geboren: video's die één onderwerp scherp en visueel uitleggen, binnen die zeven minuten. Ik maak ze voor mijn eigen leerlingen. Daarna zet ik ze openbaar online, want goede uitleg hoort beschikbaar te zijn voor iedereen die hem nodig heeft, waar je ook woont en in welke taal je denkt en spreekt.








